Textielweetjes

Textielweetjes
Bij weven worden lengtegarens gebruikt, de zogenaamde ketting, en breedte garens, de inslag.

Platbinding
Deze binding wordt het meest gebruikt voor bedtextielweefsels. De ketting- en inslagdraden worden om en om gekruisd. Kettingdraad gaat eerst boven op de inslagdraad, bij de volgende inslagdraad eronder, enz.

Keperbinding
Manier voor het kruisen van draden, waarbij de kettingdraad steeds onder twee inslagdraden loopt en daarna boven één inslagdraad.
De inslagdraden liggen hierdoor steeds boven twee kettingdraden en daarna onder één kettingdraad.
Een bekend voorbeeld van keperbinding is de jeans.

Satijnbinding
Is eigenlijk een 4/1 keper. De kettingdraad loopt steeds onder vier inslagdraden en daarna boven één inslagdraad.
Door satijn weven is het mogelijk de garens zeer dicht op elkaar te weven. Het doek wordt dus lekker soepel. Door de vele ‘losliggende’ draden is het iets kwetsbaarder dan een platbinding.
Satijn is dus alleen een weeftechniek en zegt niets over het doek. 100% katoen, 50% katoen/50% polyester en zelfs 100% polyester kunnen dus satijn genoemd worden als het maar satijn geweven wordt.

Breien
Bij breien worden één of meer garens door het in elkaar laten grijpen van lussen tot doek verwerkt. Door deze wijze van verwerken zijn breisels elastischer dan weefsels. Machinale breisels noemt men meestal tricot. Tricot voor bovenkleding wordt vaak jersey genoemd.

Wat is…

In bedtextiel worden vaak termen gebruikt als percaline en percal gebruikt.
Maar wat is dat eigenlijk?
Om deze termen te begrijpen dient men de constructie van een doek te begrijpen. Een voorbeeld.
100% katoen 60/60 20/20
De getallen 60/60 staan voor het aantal ketting en inslagdraden per engelse inch. Dus op een vierkante inch zijn er 60 kettingdraden gekruist met 60 inslagdraden. De getallen 20/20 omschrijven de garendikte van de ketting en inslagdraden.
Deze getallen geven de hoeveelheid garen (uitgedrukt in de lengtemaat ‘engelse yard’) aan die in een engelse pond (gewicht) gaat. Het is dus een verhoudingscijfer. Hoe hoger dit getal hoe fijner/dunner het garen en vice versa.

Percaline
Wordt uit 30-er garens geweven. Deze zijn dus 1,5 keer zo fijn als 20-er garens. Door de fijne garens kan men meer garens verwerken per engelse inch. De meest voorkomende constructie is 76/68 30/30. Voordeel is een zachter weefsel maar wel dunner dan 60/60 20/20.

Percal
Wordt uit 40-garens geweven (nog fijner dan percaline) contructies als 103/89 40/40 of 119/83 40/40 zijn gebruikelijk. Heerlijk zacht en soepel. Helaas is percal door de fijne garens wel kreuk-gevoelig.

Badstof
Is een katoenen weefsel met, meestal aan beide zijden, lussen, waardoor het snel vocht op kan nemen.

Batist
Is een dunne zachte stof van katoen, gemaakt van gekamde, soms gemerceriseerde garens. Meestal geweven in platbinding, ca. 33 draden per cm.

Damast
Is een stof met een satijnbinding, meestal met zeer ingewikkelde jacquardpatronen ingeweven. Damast wordt van katoen, linnen, wol en zijde gemaakt.

Flanel
Is een katoenen weefsel dat aan één kant of aan beide kanten is geruwd.

Makokatoen
Een uit Eqypte afkomstige katoensoort.

Molton
Is een dikke stof van katoen die aan beide zijden geruwd is. Molton wordt gebruikt voor het beschermen van matrassen.

Merceriseren
De platte vezel wordt opgezweld en wordt korter, sterker en steviger waardoor er een glans gegeven wordt die bestand is tegen wassen.

Sanforiseren
Voorkrimpen van stof door middel van het bevochtigen met stoom.

Top